Een tegel bij gelegenheid van het overlijden van mijn vader.

Stof en schaduw zijn wij.

Horatius.


De tram als metafoor voor het leven. Aan de voorkant stapt een zwangere vrouw in. Aan de achterkant wordt een overledene naar buiten gedragen. De tram zit altijd vol en hij rijdt altijd door.


Ze verzuipt in het zwerfvuil en voelt zich op haar kop gescheten.  Deze kop is nog nat. En de drol ook.


Weemoed.

 


Een boompje stierf en lag in het bos. Wat je hier ziet is de onderkant van de boom. Daar waar de wortels zaten. Ik heb de bovenkant er in het bos afgezaagd en de stam mee naar huis genomen. Als je zo'n object een tijdje in huis hebt staan, dan begin je er iets in te zien. Ik zag de droevige lijnen van een gezicht, maar ook de trotse neus van een statige-droevige butler. De stam is afgewerkt met papier-mache en verf.